Olijf.gif (4574 Byte)


Naar hoofdpagina:
  Basisknopkl.jpg (825 Byte)

Avot de-Rabbi Nathan (32a-32b)

(Spreuken der) Vaderen van Rabbi Nathan

(Midrasj, tekst en commentaar

Dr. Marcus van Loopik
Medewerker Stichting Pardes te Amsterdam, © 2012
Niets van deze website mag op enigerlei wijze worden vermenigvuldigd of openbaar worden gemaakt zonder de uitdrukkelijke toestemming van bovengenoemde auteur

Midrasj en uitleg, sjioer 83  

Geen knieval voor de verleiding
Jozef ten voorbeeld gesteld


     
      Olijfb.gif (5153 Byte)



Boekklkl.gif (8026 bytes)




[2] De echtgenote van de Egyptenaar Potifar.





Vervolg tekst Avot de-Rabbi Nathan 32a

Er zijn er die zeggen: Dat[1] is Jozef, de rechtvaardige. Toen deze kwaadaardige vrouw[2] kwam, poogde zij hem met haar woorden in het nauw te drijven. Zij sprak tot hem: 'Ik zal je laten vastketenen in de gevangenis.' Hij antwoordde haar: 'De Eeuwige maakt geketenden los' (Ps. 146:7). Zij sprak tot hem: 'Ik zal je ogen uitsteken.' Hij antwoordde haar: 'De Eeuwige doet blinden weer zien' (Ps. 146:8). Zij sprak tot hem: 'Ik zal je gestalte doen krommen.' Hij antwoordde haar: 'De Eeuwige richt de gekromden op' (Ps. 146:8). Zij sprak tot hem: 'Ik zal een wetteloze van je maken'. Hij antwoordde haar: 'De Eeuwige heeft rechtvaardigen lief' (Ps. 146:8). Zij sprak tot hem: 'Ik zal een heiden van je maken'. Hij antwoordde haar: 'De Eeuwige houdt over vreemdelingen de wacht'  (Ps. 146:9). Totdat hij sprak: 'Hoe zou ik dit grote kwaad kunnen begaan?'[3]

 

Boekklkl.gif (8026 bytes)

[1] Dat wil zeggen: de goede drijfveer en de persoon naar wie Pred. 4:14 verwijst.

[3] Vgl. ook de iets uitgebreidere versie van deze overlevering in Midrasj KohŤlŤt Rabba  87,10.

 

 

 

 

 

[4] Vgl. Midrasj KohŤlŤt Rabba, 4,9 par. 1 (Soncino ed. p. 123)

Uitleg:

De tekst gaat verder met de uitleg van de woorden van Rabbi Jehosjoea ben Chananja waarmee ARN hoofdstuk 16 opent. Rabbi Jehosjoea waarschuwt dat de kwade drijfveer een dodelijk gevaar vormt voor mens en samenleving. De macht van de kwade drijfveer over de mens is vaak groot. Al vanaf de geboorte begeleidt deze kwaadaardige stimulator het leven van een mens. In vergelijking daarmee is de goede drijfveer een laatkomer.
De tekst uit Prediker 'Beter is een arm en wijs kind dan een oude dwaze koning' (Pred. 4:13) wordt in de midrasj geduid als verwijzing naar de tegenstelling tussen de goede drijfveer (het wijze kind) en de kwade drijfveer (de oude dwaze koning).[4] Maar men leest het eveneens als verwijzing naar  personen die elkaars opponenten vormen. Tegelijkertijd staan ze model voor de goede- tegenover de kwade drijfveer. Zoals Avraham 'de goede genius'' tegenover  Nimrod 'de kwade genius', de goede David tegenover de slechte Sja'oel. Ook Jozef en Farao horen in dit rijtje van antipolen thuis.[5] Jozef figureert als voorbeeld van de goede drijfveer, hier in ARN in strijd met de slechte drijfveer - de kwaadaardige vrouw van Potifar. Op hem zijn de onmiddellijk volgende woorden van toepassing: 'Want uit de gevangenis komt hij naar buiten om koning te worden, en juist hij die in koningschap is geboren {de kwade drijfveer} verarmt' (Pred. 4:14). Jozef toont zich op grond van zijn manhaftige verzet tegen de zuigkracht van haar verleidingskunsten en bedreigingen een rechtvaardige bij uitstek. Met name in mystieke overleveringen geldt Jozef als het menselijke fundament van de wereld en de samenleving.

 

 

 

 

 

 

[5] Zie in dit verband R. Gordis, Koheleth - The Man and his World, p. 243.

Een verwante overlevering in ARN, noesach b (hoofst. 17, ed. Schechter p. 36) bevestigt de relatie tussen Jozef en het het wijze kind uit Pred.4:13:

ĽEen andere uitleg: 'Beter is een arm en wijs kind dan een oude dwaze koning ... want uit de gevangenis komt hij naar buiten om koning te worden' (ibid. 13-14) - dat is Jozef; 'een oude dwaze koning' - Dat is Farao. Want hij (Jozef) verliet de gevangenis om koning te worden. 'En juist hij die in koningschap geboren is[6] verarmt' (ibid. vs. 14) - dat slaat op de zeven jaren van hongersnood die in Egypte heersten.ę

 

 

 

 

[6] Farao als symbool van de kwade drijfveer.



[8] Een minder aannemelijke verklaring geeft J. Goldin (editie ARN) p. 193, noot7. Met het citaat 'De Eeuwige houdt van vreemdelingen' zou Jozef hebben gedreigd om  onmiddellijk als proseliet (geer) terug te keren naar het jodendom, zo hij onder dwang toch zou worden gedwongen zich tot de heidense religie van Egypte te bekeren.
Juist de slotwoorden van Jozef  ('Hoe zou ik dit grote kwaad kunnen begaan') duiden er volgens het commentaar Ben Avraham (zie noot 7) op, dat Jozef terugdeinst om een van de drie zwaarst wegende geboden te overtreden. Geboden die een IsraŽliet zelfs onder dreiging van de dood niet mag begaan: moord, seksuele perversiteiten en openlijke afvalligheid van het jodendom! 


Het gevaar van assimilatie

We zomen verder in op het slotgedeelte van de midrasj in ARN, noesach a. Het komt vreemd over dat de vrouw van Potifar zou dreigen om van Jozef een wetteloos mens (rasja) en een heiden (Armai - SyriŽr of Romein) te maken. Het antwoord van Jozef op de woorden van de verleidster lijkt op het eerste gezicht ook vreemd: 'De Eeuwige heeft rechtvaardigen lief, de Eeuwige houdt over vreemdelingen de wacht.'
Het commentaar van Rabbi Avraham ben Elihahoe van Delyatin - 'Ben Avraham' - schept verheldering.[7] De echtgenote van Potifar gaat geraffineerd te werk. Zij bedreigt Jozef niet alleen, maar probeert hem tegelijkertijd ook te paaien, hopend zo zijn emotionele stabiliteit te ondermijnen. De IsraŽlieten waren in Egypte met name gehaat vanwege hun trouw aan de wetten en zeden van hun voorvaderen, evenals de Joden later in een eeuwenlange Europese diaspora. De vrouw van Potifar stelt Jozef daarom in het vooruitzicht dat hij niet langer gehaat zal zijn en een echter Egyptenaar mag worden - met gelijke rechten - als hij maar zijn trouw aan de Tora-geboden laat varen en zich assimileert aan de heidense omgeving. Bij Jozef prefereert evenwel liefde voor God boven vertrouwen in wat mensen beweren en aanbieden. Liever blijft hij - zoals zijn vader Jakob in den vreemde jarenlang deed - een geer. Dat wil zeggen: een vreemdeling die niet assimileert en zich niet aan immorele zeden van zijn omgeving aanpast.[8]
Vaak zijn Joden op arrogante wijze door christelijke en islamitische autoriteiten voor de keuze gesteld hun jodendom vaarwel te zeggen in ruil voor gelijke behandeling. De geschiedenis heeft het gelijk van Jozef bewezen: vertrouw woorden van mensen niet boven het woord van God. Op paradoxale wijze heeft assimilatie jodenhaat in de praktijk juist vaak vergroot. Deze les leren we mede uit gebeurtenissen in de zestiende en zeventiende eeuw rond de zogeheten 'nieuwe christenen' (marranen), alsook uit de gevolgen van grootscheepse assimilatie onder Europese Joden in de negentiende en twintigste eeuw. Een Jood die assimileert bleek des te dreigender voor zijn niet-joodse omgeving. Assimilatie bracht juist niet de beloofde zekerheid van gelijke behandeling. De smadelijke belofte van gelijke burgerrechten verkeerde in discriminatie en genocide! De joodse identiteit bleek onopgeefbaar. Van Jozef leren we dat geen enkele prijs de knieval voor heidendom en het ontkennen van de eigen joodse identiteit kan compenseren.

 

 

 

 

[7] Zie het commentaar Ben Avraham in ARN, ed. Wilna, 37a.

 

 

 

 

Sterc.gif (5478 bytes)


Jozef toch nog overtroffen


Vervolg Avot de-Rabbi Nathan 32a

Verwonder je niet over Jozef de rechtvaardige, want zie Rabbi Tzadok  was (in wat hij deed) een groot man binnen zijn generatie. Toen hij als gevangene werd afgevoerd naar Rome verwierf een zekere matrone hem (als slaaf) en zij zond een mooie slavin naar hem toe. Zodra hij haar zag, richtte hij zijn ogen naar de muur, opdat hij haar niet zou hoeven zien, en hij zat de hele nacht te studeren. In de ochtend ging zij heen en beklaagde zich bij haar meesteres. Zij sprak tot haar: 'Ik ga nog liever dood dan dat je mij aan deze man geeft!' Zij liet hem roepen en sprak tot hem: 'Waarom doe je niet met deze vrouw zoals andere mannen gewoon zijn te doen?' Hij antwoordde haar: 'Wat zal ik dan doen? Ik stam af van een hogepriester, ik ben afkomstig van een hoogstaande familie. Ik sprak (bij mezelf): Als ik gemeenschap met haar heb, vermeerder ik mogelijk het aantal bastaarden in IsraŽl'. Toen zij zijn woorden hoorde, gaf
zij het bevel dat men hem met grote eer zou laten gaan.    

Uitleg:

In verschillende opzichten overtreft de vroomheid van Rabbi Tzadok het voorbeeld van Jozef. Men kan drie punten noemen: 1) Rabbi Tzadok was niet alleen beducht voor eigen moreel verval, maar hij stelde in zijn overwegingen het belang van de eigen geloofsgemeenschap voorop. 2) Zijn houding laat zien dat hij de verleiding niet alleen weerstond, maar sowieso niet in een omgeving wilde verkeren waarin een zweem van heidense verleiding aanwezig was. Dus ook zonder lichamelijke toenadering en bedreigende of verleidelijke woorden weigerde Rabbi Tzadok op de avances van de aantrekkelijke vrouw in te gaan. 3) Zijn houding laat zien dat hij zich bewust was van eigen karakterzwakte. Hij trok zich terug en bouwde als een ware chasied een omheining rondom de Tora, opdat hij zover mogelijk van de grens van overtreding vandaan zou blijven. Op geen enkele wijze wilde hij met de vrouw geconfronteerd worden. Dit laatste aspect komt met nog meer scherpte naar voren in een alternatieve verslaglegging van het zelfde gebeuren in de Babylonische Talmoed, Kiddoesjien 40a:


'Zegent de Eeuwige, Zijn engelen, machtige helden die Zijn woord volvoeren, luisterend naar de stem van Zijn woord' (Ps. 103:20). Dat zijn Rabbi Tzadok en zijn compagnons. Rabbi Tzadok werd door een zekere matrone gesommeerd (tot het verrichten van bepaalde handelingen). Hij sprak tot haar: 'Mijn hart is zwak en ik vind niets om te eten.' Zij sprak tot hem: 'Er is onrein voedsel.' Hij antwoordde haar: 'Wat volgt hieruit? Wie dit doet (d.w.z. alleen onrein voedsel in huis haalt), zal het (vroeg of laat ook) eten!' Zij stookte de oven voor hem op en zette (het voedsel) erin. Hij rees op en ging erin zitten. Zij sprak tot hem: 'Wat heeft dit te betekenen?' Hij antwoordde haar: 'Wie het ene (ongeoorloofde) doet, vervalt in het andere' [Rasji: valt in het vuur van Gajhinnom]. Zij sprak tot hem: 'Wanneer ik dat allemaal geweten had, zou ik je niet zo gekweld hebben.'

Rabbi Tzadok toont als chasied dat hij zich bewust blijft van menselijke zwakte. Wie zich in een onreine omgeving bevindt, zoals een huis met daarin uitsluitend onrein voedsel, zal daar - al is het maar door honger gedreven - allicht een keer van gaan eten. In een heidense omgeving heb je niet altijd de keuze tussen rein en onrein, deugd en ondeugd! Zo'n omgeving kun je daarom beter mijden. Een ogenschijnlijk klein vergrijp op het gebied van de spijswetten - zo leert Rabbi Tzadok - zal makkelijk leiden tot zwaardere overtredingen en tot  beÔnvloeding door de immoraliteit van een goddeloze leefomgeving. Daarom brandt Rabbi Tzadok zich liever kortstondig aan het aardse vuur van de oven dan voor langere tijd te moeten verblijven in het verzengende vuur van Gajhinnom.

 

 

 

Sterc.gif (5478 bytes)


[9] I. Goldin (editie ARN), p. 84 geeft een andere interpretatie. Rabbi Akiva zou onpasselijk geworden zijn van de adem van de vrouwen die naar het vlees van kadavers, verscheurde dieren en kruipend gedierte stonk.

Vervolg tekst Avot de-Rabbi Nathan 32a

En verwonder je niet over Rabbi Tzadok, want zie Rabbi Akiva was (in wat hij deed nog) groter dan hij. Toe hij naar Rome [andere versie: naar een bepaald land] ging, trachtte men hem in discrediet te brengen bij een zekere hegemoon (hoog geplaatste bestuurder).* Deze zond twee prachtige vrouwen naar hem toe. Men baadde hen, zalfde hen met (geparfumeerde) olie en tuigde hen op als bruiden voor hun bruidegommen. Zij drongen zich de gehele nacht aan hem op. De een sprak: 'Wend je naar mij.' En de ander sprak: 'Wend je naar mij.' Maar hij bleef tussen hen in zitten, spuugde (om van zijn weerzin blijk te geven) en wendde zich niet naar hen toe. In de ochtend gingen zij weg en beklaagden zich ten overstaan van de hegemoon en spraken tot hem: 'Wij gaan nog liever dood dan dat je ons geeft aan deze man.' Hij  liet hem roepen en sprak tot hem: 'Waarom  heb je met deze vrouwen niet gedaan zoals mannen gewoon zijn te doen met vrouwen? Zijn zij dan niet mooi? Zijn het geen menselijke wezens zoals jij zelf?  Heeft Hij die jou geschapen heeft niet ook hen geschapen?' Hij antwoordde hem:  'Wat kan ik doen, hun geur kwam op mij (over) als afkomstig van vlees van kadavers (niet ritueel geslachte dieren), van verscheurde (prooi)dieren en van kruipend gedierte [andere lezing: van een varken].[9] 

 

* De hier gebruikte Aramese uitdrukking betekent letterlijk 'stukken uit iemand bijten'  - 'stukken afknagen' (iemands imago stukje bij beetje aantasten); vaak gebruikt om te verwijzen naar informanten en collaborateurs die kwade geruchten over iemand verspreiden bij de bezettende macht.

Uitleg

Waarom wekt het voorbeeld van Rabbi Akiva nog meer indruk dan het handelen van Jozef en Rabbi Tzadok? Enkele zaken verlenen aan de houding van Rabbi Akiva extra gewicht. 1) Rabbi Akiva werd niet door ťťn maar door twee verleidelijke vrouwen benaderd. 2) Zij bestookten hem niet slechts met woorden maar drongen zich lijfelijk aan hem op. Ze maakten een hele nacht op fysieke wijze avances, maar Rabbi Akiva zwichtte daar niet voor. Indrukwekkender nog is dat hij zich spugend - vanuit een spontaan gevoel van walging - afwendde. 3) Zijn weigering op de avances in te gaan komt dan ook niet zozeer voort uit beredeneerde overwegingen (zoals bij Josef en Rabbi Tzadok) maar bovenal uit een spontane emotie van afschuw. Meer nog dan met het hoofd reageerde hij met het hart.
Hoe sommige personen de reputatie die Akiva bij de hegemoon genoot wilden aantasten, is niet nader aangeduid. Mogelijk wilden de lasteraars hun vooroordelen over misantropie en het veronderstelde heidenvijandige separatisme van Joden bevestigd zien
.[9] Deze uitleg sluit aan bij de teneur van de voorafgaande voorbeelden, waar ook heidenen de IsraŽliet Jozef en de Jood Tzadok tot een daad van assimilatie wilden aanzetten.

 

 

 

[9] Zie i.v.m. deze zienswijze  I. Goldin (editie ARN), p. 193, noot 12.

[10] Volgens de halacha begint wettelijke volwassenheid strikt genomen pas na het verschijnen van twee schaamharen; bij een meisje vanaf haar twaalfde verjaardag, bij een jongen vanaf zijn dertiende verjaardag. De praktijk is minder strikt; normaal gesproken  geldt een jongen vanaf zijn dertiende verjaardag als volwassen, een meisje zodra zij twaalf en half jaar wordt.

Vervolg tekst Avot de-Rabi Nathan 32a

Verwonder je niet over Rabbi Akiva, want Rabbi Eli'ezer de Grote* was (in wat hij deed) nog groter dan hij. Immers dertien jaar lang bracht hij de dochter van zijn zuster groot. (Hij sliep met haar) in hetzelfde bed, totdat zij de tekenen van volwassenheid begon te vertonen.[10] Toen sprak hij tot haar: 'Ga en laat je in de echt verbinden met een man (jong) zoals jij.' Zij sprak tot hem: 'Ben ik niet jou dienster, bereid om als slavin de voeten van jouw leerlingen te wassen?'[11] Hij antwoordde haar: 'Mijn dochter, ik ben al een oude man, ga heen en laat je in de echt verbinden met een jongeman van jouw leeftijd.' Zij sprak tot hem: 'Heb ik niet zo tot jou gesproken: Ben ik niet je dienster om als slavin de voeten van je leerlingen te wassen?' Toen hij haar woorden hoorde, verwierf hij van haar toestemming, heiligde haar (d.w.z. verloofde zich met haar en huwde haar) en had gemeenschap met haar.    


* Dat is Rabbi Eli'ezer ben Hyrkanos.

[11] In verwante bewoordingen, verklaarde AbigaÔl zich bereid de echtgenote van David te worden; vgl. I Sam. 25:1 en Talmoed Jeroesjalmi Jevamot XIII,2.

Uitleg:

De vrome houding van Rabbi Eli'ezer wordt nog hoger ingeschat dan de daden van Jozef, Rabbi Tzadok en Rabbi Akiva.
Het handelen van Rabbi Eli'ezer is sowieso van een andere orde dan wat Rabbi Tzadok en Rabbi Akiva presteerden. Hun 'heldendaden' verrichtten zij binnen de context van een confrontatie tussen IsraŽls religie en heidendom. Rabbi Eli'ezer gedroeg zich niet alleen rechtschapen in confontatie met heidendom maar ook binnen de grenzen van de joodse wet weerstond hij vastberaden de ingevingen van zijn kwade drijfveer. 
De meerwaarde van wat Rabbi Eli'ezer deed, lijkt overigens op het eerste gezicht voornamelijk van kwantitatieve aard. Niet minder dan dertien jaren sliep hij naast een meisje, waarmee hij - na een periode van twaalf en half jaar - legaal in het huwelijk zou mogen treden. Een huwelijk met de dochter van een zuster was bovendien niet ongebruikelijk. Gedurende de lange periode dat zijn nicht wegens haar leeftijd voor hem verboden was, had hij ondanks haar fysieke nabijheid afstand weten te houden. Hij had een toekomstig huwelijk - juist omwille van haar belang - niet eens willen overwegen. Zelfs toen zij na haar volwassenwording (met inachtneming van een ruime marge!) uit eigener beweging te kennen gaf voortaan als echtgenote met hem verder te willen leven, dacht hij pas in de laatste plaats aan zijn eigen belang. Hij bleef haar geluk boven het zijne stellen! Liever zag hij haar gehuwd en gezegend met een liefdevolle leeftijdgenoot dan gekoppeld aan de oude man die hij was.
Hoewel zij zelf haar bereidheid te huwen al met zoveel woorden kenbaar had gemaakt, vroeg hij toch nog om haar hand en toestemming. Ongetwijfeld omdat hij in eerste instantie de boot had afgehouden en zich daarom verplicht voelde alsnog formeel om haar hand te vragen. In IsraŽl mag geen enkele vrouw tot een huwelijk of seksuele handelingen gedwongen worden!

©  2012, dr. Marcus van Loopik, Hilversum


Naar vorige pagina (Avot de-Rabbi Nathan p.  31): 
Basisknopkl.jpg (825 Byte)

Naar het begin van de cursus (Avot de-Rabbi Nathan p. 1):  Basisknopkl.jpg (825 Byte)

Gaarne reacties en feedback: m.loopik50@upcmail.nl   Basisknopkl.jpg (825 Byte)